Cannabis tegen chemo-misselijkheid en moderne anti-emetica
Oud bewijs laat zien dat dronabinol en nabilon chemo-misselijkheid kunnen verlichten, maar moderne 5-HT3- en NK1-anti-emetica zijn de eerste keus.
Kort: wat zegt het bewijs?
Orale cannabinoïden (dronabinol, nabilon) verminderen chemotherapie-geïnduceerde misselijkheid en braken duidelijk beter dan placebo, en patiënten gaven er in oudere studies vaker de voorkeur aan dan aan oudere anti-emetica zoals prochlorperazine.
Vrijwel al dit bewijs komt uit gerandomiseerde studies van 1975-1991, vóór de moderne 5-HT3- en NK1-antagonisten; cannabinoïden zijn nooit rechtstreeks met die moderne middelen vergeleken, dus er is geen bewijs dat ze daaraan gelijkwaardig of superieur zijn.
Huidige richtlijnen (MASCC/ESMO 2023, ASCO 2020) zetten een 5-HT3-antagonist, een NK1-antagonist, dexamethason en olanzapine als standaard; dronabinol of nabilon gelden alleen als reserve-/salvage-optie bij refractaire klachten ná falen van die standaardprofylaxe.
Een moderne placebo-gecontroleerde RCT (2024) bij refractaire CINV vond een bescheiden winst (volledige respons 24% versus 8%) maar méér bijwerkingen; cannabinoïden geven vaker dysforie, duizeligheid en uitval wegens bijwerkingen dan placebo.
In Nederland zijn dronabinol (Marinol) en nabilon niet als geneesmiddel geregistreerd en alleen via een artsenverklaring op recept verkrijgbaar; gedoogde CBD-olie (THC minder dan 0,05%) heeft geen aangetoonde anti-emetische werking en illegale RSO-/straatolie is ongecontroleerd.
Misselijkheid en braken horen bij de meest gevreesde bijwerkingen van chemotherapie. Cannabis heeft hier een lange geschiedenis: dronabinol (synthetische THC) en nabilon (een THC-achtige stof) werden al in de jaren zeventig en tachtig onderzocht, ruim vóór de anti-emetica die vandaag standaard zijn. Deze pagina zet dat oude bewijs eerlijk naast de moderne praktijk, en legt uit waarom cannabinoïden nu hooguit een reserve-rol spelen — en zeker geen genezing zijn.
Waarover gaat het: dronabinol en nabilon
Twee cannabinoïden zijn klassiek onderzocht bij chemo-misselijkheid. Dronabinol is synthetische delta-9-THC (merknamen Marinol, Syndros). Nabilon is een synthetische THC-analoog (Cesamet, Canemes). Beide worden oraal ingenomen, zijn psychoactief en werken via CB1-receptoren die ook het braakcentrum in de hersenstam beïnvloeden. Dit is iets anders dan de medicinale cannabisolie die een apotheek magistraal bereidt, dan gedoogde CBD-olie (THC minder dan 0,05 procent) en dan illegale RSO- of straatolie. Alleen dronabinol, nabilon en hele plant-extracten zijn als anti-emeticum onderzocht; CBD op zichzelf niet.
Het oude bewijs: positief, maar gedateerd
De grootste bewijsbasis komt uit twee toonaangevende overzichten. De Cochrane-review uit 2015 (Smith en collega’s) bundelde 23 gerandomiseerde studies, vrijwel allemaal uitgevoerd tussen 1975 en 1991. Tegenover placebo waren cannabinoïden duidelijk effectiever: de kans op volledig uitblijven van braken was bijna zes keer zo groot (RR 5,7). Vergeleken met het oudere middel prochlorperazine was het verschil in braken klein (RR 1,11), maar patiënten gaven wél vaker de voorkeur aan cannabinoïden (RR 3,3). De BMJ-review van Tramèr (2001) kwam met 30 studies en 1.366 patiënten tot een vergelijkbaar beeld: cannabinoïden waren werkzamer dan oudere anti-emetica zoals prochlorperazine en metoclopramide, en 76 procent van de patiënten prefereerde cannabinoïden boven placebo.
✔ Feit: er ís een anti-emetisch effect
Het Amerikaanse NASEM-rapport (2017) noemde het bewijs dat orale cannabinoïden effectief zijn tegen chemo-geïnduceerde misselijkheid en braken zelfs “conclusive” — een van de weinige toepassingen met die hoogste classificatie. Dat oordeel rust echter grotendeels op studies van vóór 1992.
Daar zit meteen de adder onder het gras. Beide reviews beoordeelden de bewijskwaliteit als laag tot matig: kleine studies, veel uitvallers en verouderde chemotherapie-schema’s. En de bijwerkingen waren fors. In de Cochrane-data stopten deelnemers veel vaker met cannabinoïden dan met placebo wegens bijwerkingen (RR 6,9). Tramèr vond significant meer dysforie, duizeligheid, hallucinaties en paranoia, en concludeerde dat juist die bijwerkingen “breed gebruik waarschijnlijk zullen beperken”.
De moderne standaard: 5-HT3- en NK1-antagonisten
Sinds de jaren negentig is de preventie van chemo-misselijkheid ingrijpend verbeterd — zonder cannabis. De huidige MASCC/ESMO- en ASCO-richtlijnen bouwen op middelen die in grote, moderne studies zijn getest:
| Klasse | Voorbeelden | Rol |
|---|---|---|
| 5-HT3-antagonist | ondansetron, granisetron, palonosetron | basis van de profylaxe |
| NK1-antagonist | aprepitant, fosaprepitant, netupitant | toevoeging bij sterk emetogene kuren |
| Corticosteroïd | dexamethason | standaardcombinatie |
| Antipsychoticum | olanzapine | vierde middel bij hoog risico |
Bij sterk emetogene chemotherapie adviseert de richtlijn een vier-middelencombinatie van een 5-HT3-antagonist, een NK1-antagonist, dexamethason én olanzapine. Cannabinoïden komen in dit schema niet voor als eerste keus.
Waar passen cannabinoïden dan nog?
Het eerlijke antwoord: achteraan, als reserve. De ASCO-richtlijn (2020) noemt dronabinol of nabilon pas als optie bij patiënten die ondanks optimale profylaxe — inclusief olanzapine — blijven braken (refractaire CINV). Een belangrijk hiaat: cannabinoïden zijn nooit in een directe (head-to-head) studie vergeleken met een 5-HT3- of NK1-antagonist. Er is dus géén bewijs dat ze daaraan gelijkwaardig of superieur zijn. Het Nederlandse Geneesmiddelenbulletin verwoordt het droog: cannabinoïden zijn niet vergeleken met de moderne anti-emetica, en aan die laatste wordt de voorkeur gegeven.
Modern onderzoek bevestigt vooral een bescheiden plaats. Een Australische placebo-gecontroleerde studie (Grimison, 2024) bij 147 patiënten met refractaire CINV gaf een orale THC:CBD-capsule naast de standaardprofylaxe. De volledige respons steeg van 8 procent (placebo) naar 24 procent (cannabis) — een reëel maar beperkt verschil, en tegen de prijs van meer sedatie, duizeligheid en angst.
| Vraag | Wat het bewijs zegt | Zekerheid |
|---|---|---|
| Verminderen dronabinol/nabilon CINV vs placebo? | Ja, duidelijk effect in oudere studies | Matig |
| Beter dan oudere anti-emetica (prochlorperazine)? | Vergelijkbaar; patiënten prefereerden cannabinoïden | Laag–matig |
| Gelijkwaardig of beter dan 5-HT3-/NK1-antagonisten? | Nooit rechtstreeks onderzocht | Onvoldoende |
| Toevoegen bij refractaire klachten? | Bescheiden winst, meer bijwerkingen | Matig |
✖ Mythe: wietolie werkt beter tegen chemo-misselijkheid dan reguliere medicijnen
Daarvoor bestaat geen bewijs. Cannabinoïden zijn nooit rechtstreeks vergeleken met moderne anti-emetica; richtlijnen plaatsen ze ná de standaardmiddelen, alleen voor wie daar onvoldoende op reageert.
De Nederlandse situatie
In Nederland zijn dronabinol (Marinol) en nabilon niet als geneesmiddel geregistreerd. Ze zijn alleen op recept én met een artsenverklaring via de apotheek te krijgen, als niet-geregistreerd middel. Daarnaast kan een arts gestandaardiseerde medicinale cannabis(olie) voorschrijven, magistraal bereid uit grondstof van het Bureau voor Medicinale Cannabis. Het BMC noemt misselijkheid en braken door medicatie of bestraling als mogelijke toepassing, maar voegt eerlijk toe dat de onderbouwing berust op “grotendeels kleinschalige” onderzoeken.
⚠️ Niet zelf doseren met straatolie
Behandel chemo-misselijkheid nooit op eigen houtje met illegale RSO- of straatolie: de samenstelling is ongecontroleerd, de dosering onvoorspelbaar, en THC kan wisselwerkingen geven met andere medicatie. Gedoogde CBD-olie heeft geen aangetoonde anti-emetische werking. Bespreek elke vorm van cannabisgebruik met je oncoloog of apotheker.
Conclusie
Cannabinoïden kunnen chemo-misselijkheid verminderen — dat is geen mythe. Maar het bewijs is oud, de bijwerkingen zijn aanzienlijk, en de directe vergelijking met de moderne 5-HT3- en NK1-antagonisten ontbreekt volledig. Daarom zijn dronabinol en nabilon vandaag een reserve-optie voor refractaire klachten, geen vervanging van de standaardbehandeling — en symptoomverlichting is iets heel anders dan genezing van de kanker zelf.
Bronnen
- [1] Smith LA, Azariah F, Lavender VTC, Stoner NS, Bettiol S (2015). Cannabinoids for nausea and vomiting in adults with cancer receiving chemotherapy. Cochrane Database of Systematic Reviews, Issue 11, CD009464. doi:10.1002/14651858.CD009464.pub223 RCT's, grotendeels uit 1975-1991; cannabinoïden mogelijk nuttig bij therapieresistente CINV maar laag tot zeer laag bewijs en meer uitval door bijwerkingen.
- [2] Tramèr MR, Carroll D, Campbell FA, Reynolds DJ, Moore RA, McQuay HJ (2001). Cannabinoids for control of chemotherapy induced nausea and vomiting: quantitative systematic review. BMJ 2001;323:16-21. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC34325/30 RCT's, 1.366 patiënten (nabilon, dronabinol, levonantradol). Werkzamer dan oudere anti-emetica (prochlorperazine, metoclopramide); 76% prefereerde cannabinoïden boven placebo. Meer dysforie, duizeligheid, hallucinaties en paranoia; auteurs: bijwerkingen beperken waarschijnlijk breed gebruik.
- [3] National Academies of Sciences, Engineering, and Medicine (NASEM) (2017). The Health Effects of Cannabis and Cannabinoids: The Current State of Evidence and Recommendations for Research. National Academies Press. https://www.nationalacademies.org/news/health-effects-of-marijuana-and-cannabis-derived-products-presented-in-new-reportSubstantieel bewijs voor cannabis bij chronische pijn bij volwassenen.
- [4] Grimison P, Mersiades A, Kirby A, et al. (2024). Oral Cannabis Extract for Secondary Prevention of Chemotherapy-Induced Nausea and Vomiting: Final Results of a Randomized, Placebo-Controlled, Phase II/III Trial. Journal of Clinical Oncology. doi:10.1200/JCO.23.01836147 patiënten met refractaire CINV; orale THC:CBD 2,5/2,5 mg 3x daags naast standaardprofylaxe. Volledige respons 24% (cannabis) vs 8% (placebo), P=0,01; meer sedatie, duizeligheid en angst.
- [5] Hesketh PJ, Kris MG, Basch E, et al. (2020). Antiemetics: ASCO Guideline Update. Journal of Clinical Oncology. doi:10.1200/JCO.20.01296Dronabinol of nabilon kunnen worden overwogen bij patiënten die ondanks optimale profylaxe (inclusief olanzapine) blijven braken; positie als salvage-/doorbraakmiddel, niet als eerste keus.
- [6] Herrstedt J, et al. (MASCC/ESMO consensus) (2023). 2023 MASCC and ESMO guideline update for the prevention of chemotherapy- and radiotherapy-induced nausea and vomiting. Supportive Care in Cancer / ESMO Open. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC10937211/Bij sterk emetogene chemotherapie een vier-middelencombinatie van 5-HT3-antagonist, NK1-antagonist, dexamethason en olanzapine. Cannabinoïden geen onderdeel van de eerstelijnsprofylaxe.
- [7] Geneesmiddelenbulletin (Ge-Bu) (2019). Medicinale cannabis en cannabinoïden. Geneesmiddelenbulletin. https://www.ge-bu.nl/artikel/medicinale-cannabis-en-cannabinoidenSterkste bewijs voor misselijkheid/braken bij chemotherapie en eetlust bij aids; onvoldoende bewijs voor chronische niet-maligne pijn.
- [8] KNMP (Apotheek.nl) (2026). Dronabinol (Marinol): waarvoor, gebruik en beschikbaarheid. Apotheek.nl (KNMP). https://www.apotheek.nl/producten/marinolGeraadpleegd juni 2026. Dronabinol is in Nederland niet geregistreerd; alleen in het buitenland op de markt en uitsluitend met een artsenverklaring via de apotheek verkrijgbaar. Gebruikt bij misselijkheid/braken door kanker- of hiv-behandeling en bij eetlustverlies.
- [9] Bureau voor Medicinale Cannabis (CIBG, Ministerie van VWS) (z.j.). Patiënteninformatie: werkzaamheid van medicinale cannabis. cannabisbureau.nl. https://www.cannabisbureau.nl/patienteninformatie/werkzaamheidOverheidsbureau; bewijs grotendeels kleinschalig maar bij enkele indicaties voldoende.